ECLI:NL:RBROT:2012:BX2373
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter kantonsector Rotterdam niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen een kantonrechter van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, naar aanleiding van een uitspraak tijdens een comparitie van partijen op 13 januari 2012, waarin de rechter verklaarde dat hun wensen en gedachten hem 'niet konden schelen'.
Het wrakingsverzoek werd pas eind mei 2012 ingediend, ruim vier maanden na de comparitie. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend, zoals vereist op grond van artikel 37 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat voorschrijft dat wraking onmiddellijk na bekendwording van de feiten moet plaatsvinden.
Verzoekers stelden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege de gevoeligheid van de civielrechtelijke procedure, maar de kamer vond dat zij binnen een redelijke termijn hadden moeten reageren. Daarnaast werden de overige aangevoerde gronden voor wraking niet als gegrond beschouwd.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk en wees daarmee het verzoek af. De beslissing werd op 28 juni 2012 uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzoek.