ECLI:NL:RBROT:2012:BX2195
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid Early Bird-programma wegens overschrijding voertaal Engels in Rotterdamse basisscholen
Deze civiele procedure betrof de vraag of het aanbieden van het Early Bird-programma op openbare basisscholen in Rotterdam onrechtmatig is vanwege strijd met de wettelijke eis dat het onderwijs in het Nederlands wordt gegeven. Eiseres vorderde een verklaring voor recht en een verbod op het gebruik van het programma.
De rechtbank stelde vast dat de minister slechts één school toestemming heeft gegeven voor een experiment waarbij maximaal 15% van de onderwijstijd in het Engels mag worden gegeven. De overige Early Bird-scholen zijn materieel gelijk aan deze school, waardoor een rechtvaardigingsgrond geldt mits zij zich aan deze voorwaarde houden.
Uit het inspectierapport bleek dat sommige scholen mogelijk meer dan 15% van de tijd in het Engels lesgeven, wat onrechtmatig is. De rechtbank verklaarde daarom onrechtmatig handelen voor zover die grens wordt overschreden, maar wees het gevorderde verbod af omdat dit te ver zou gaan en niet noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank benadrukte dat de procedure niet ging over de kwaliteit van tweetalig onderwijs of het programma zelf, maar uitsluitend over de wettelijke voertaalvereiste. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagden handelen onrechtmatig indien zij toestaan dat Early Bird-scholen meer dan 15% van de onderwijstijd in het Engels lesgeven, maar een verbod op het programma wordt afgewezen.