ECLI:NL:RBROT:2012:BX1407
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over verklaring en vordering in executoriaal derdenbeslag op woning
De zaak betreft een geschil tussen Offshore Specialty Fabricators Incorporated en [gedaagde] over een executoriaal derdenbeslag op een woning en de vraag of [gedaagde] een geldige verklaring ex artikel 476a Rv heeft afgelegd. Offshore vordert betaling van ruim €1.145.000, terwijl [gedaagde] betwist dat zij een schuld aan [persoon 1] heeft en stelt dat de beslaglegging geen doel treft.
De rechtbank stelt vast dat [persoon 1] in 2007 de onverdeelde helft van een woning aan [gedaagde] heeft verkocht, waarbij sprake was van een koopprijs deels voldaan door schuldigerkenning en deels door overname van een hypothecaire lening. Offshore baseert haar vordering op een eerder vonnis en een executoriaal beslag. [gedaagde] heeft een verklaring via haar advocaat ingediend, waarin zij stelt dat geen rechtsverhouding bestaat die een betalingsverplichting oplegt.
De rechtbank oordeelt dat de brief van de advocaat als een rechtsgeldige verklaring ex artikel 476a Rv moet worden beschouwd, ook al is deze niet conform het model en is deze niet ondertekend door [gedaagde] zelf. De primaire vordering van Offshore wordt daarom afgewezen. De rechtbank constateert echter onduidelijkheden over de feitelijke stand van zaken rond de leningen, betalingen en zekerheden en geeft partijen de gelegenheid om zich nader uit te laten en bescheiden te overleggen.
De procedure wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting in augustus 2012 om verdere stappen te bepalen. De rechtbank benadrukt dat de stelplicht en bewijslast voor Offshore rusten ten aanzien van het bestaan van een vordering op [gedaagde].
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de brief van de advocaat een geldige verklaring ex artikel 476a Rv is en wijst de primaire vordering van Offshore af, met aanhouding voor nadere toelichting.