ECLI:NL:RBROT:2012:BX1218
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot uitvoering berekeningsmethodiek nabetaling overloop DBC's in kort geding
Eiseressen vorderden in kort geding dat Stichting 1nP werd veroordeeld tot het verstrekken van een eindafrekening en berekening van de nabetaling overloop DBC's volgens een in een bodemvonnis vastgestelde methodiek. De rechtbank overwoog dat tussen partijen nog steeds geschil bestaat over de uitleg en toepassing van deze berekeningsmethodiek, die reeds in de bodemprocedure aan de orde was.
De rechtbank stelde vast dat de vordering feitelijk neerkomt op een voortzetting van de bodemprocedure, een verkapt appel, waarvoor kort geding niet geschikt is. Daarnaast was onvoldoende aannemelijk dat sprake was van nova, nieuwe feiten die niet in de bodemprocedure aan de orde waren gekomen. De spoedeisendheid van de vordering werd wel erkend, maar het belang woog niet op tegen het risico van onmogelijkheid van terugbetaling.
De rechtbank oordeelde verder over de uitleg van de contractuele bepalingen omtrent de DBC-opbrengst, verrekenpercentages en kosten voor de organisatie. Zij verwierp de uitleg van Stichting 1nP dat zij een deel van de organisatiekosten mocht verrekenen via het verrekenpercentage. De vordering tot inzage in verrekenpercentages werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uiteindelijk wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde eiseressen in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door voorzieningenrechter A.F.L. Geerdes op 4 juli 2012.
Uitkomst: De vordering tot uitvoering van de berekeningsmethodiek nabetaling overloop DBC's wordt afgewezen wegens verkapt appel en onvoldoende spoedeisend belang.