ECLI:NL:RBROT:2012:BW9155
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom wegens vergunningplichtig aanbieden en verstrekken van krediet zonder vergunning
Verzoekster is door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder vergunning aanbieden en verstrekken van krediet in strijd met artikel 2:60, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De voorzieningenrechter bevestigt dat het feitelijke verdienmodel van verzoekster kwalificeert als het vergunningplichtig aanbieden van krediet, ongeacht de juridische vormgeving zoals cessie.
AFM stelde vast dat verzoekster via haar website consumenten de mogelijkheid bood toekomstige inkomsten te verkopen, waarbij een consument een lager bedrag ontvangt en op een later moment een hoger bedrag moet terugbetalen. Dit model voldoet aan de definitie van krediet zoals bedoeld in de Wft. Verzoekster betoogde dat zij slechts vorderingen kocht en geen krediet verstrekte, maar dit verweer werd verworpen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, behalve dat de begunstigingstermijn voor het voldoen aan de last onder dwangsom wordt geschorst voor drie werkdagen na verzending van de uitspraak. Dit geeft verzoekster de kans om alsnog aan de last te voldoen en verbeurte van de dwangsom te voorkomen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of toepassing van artikel 8:82, vierde lid, van de Awb.
De uitspraak benadrukt dat het economische wezen van de transactie bepalend is en niet de juridische constructie, conform de Memorie van Toelichting bij de Wet op het consumentenkrediet. De last onder dwangsom is duidelijk en niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt gehandhaafd met tijdelijke schorsing van de begunstigingstermijn voor drie werkdagen.