ECLI:NL:RBROT:2012:BW6204
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verbod op executoriale verkoop appartementsrecht wegens betwiste hypotheekaflossing
Eiser kocht in 2008 een appartementsrecht van gedaagde en verleende een eerste hypotheek als zekerheid. Eiser stelt dat hij de hypotheek in januari 2009 volledig contant heeft afgelost met €100.000,-, waarvoor gedaagde een verklaring heeft ondertekend. Gedaagde betwist dit en wil het appartement executoriaal verkopen wegens wanbetaling.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet zonder meer kan worden uitgesloten dat eiser de betaling heeft gedaan, mede gelet op een deskundigenrapport dat de authenticiteit van de handtekening bevestigt. Nader feitenonderzoek, waaronder getuigenverhoor, is noodzakelijk en kan niet in kort geding plaatsvinden.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van eiser om in het appartement te blijven en niet onherstelbaar benadeeld te worden door executie, zwaarder weegt dan het financiële belang van gedaagde bij executie. Daarom wordt gedaagde verboden de executoriale verkoop voort te zetten totdat in een bodemprocedure is beslist.
Eiser moet binnen drie weken een bodemprocedure starten. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een dwangsom bij overtreding van het verbod.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden het appartement executoriaal te verkopen totdat in een bodemprocedure is beslist over de betwiste hypotheekaflossing.