ECLI:NL:RBROT:2012:BW5699
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Geerars
- Vroom
- Volker
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over kwalificatie van vermengde diesel als afvalstof onder EVOA-verordeningen
Op 3 september 2006 werd een partij Ultra Light Sulphur Diesel (ULSD) geladen en naar een Belgische klant vervoerd. Door achtergebleven restanten in de tanks raakte de ULSD vermengd met Methyl Tertiary Butyl Ether (MTBE), waardoor het mengsel niet meer voldeed aan de overeengekomen specificaties en niet meer als dieselbrandstof kon worden gebruikt. Na ontdekking van de vermenging werd de partij teruggehaald naar Nederland en opnieuw geblend om als brandstof te worden verkocht.
De verdachte rechtspersoon werd vervolgd wegens het zonder kennisgeving en toestemming overbrengen van afvalstoffen volgens Verordening (EEG) Nr. 259/93. De verdediging stelde dat de vermengde diesel geen afvalstof was en verzocht om vrijspraak, al dan niet na prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU. Het Openbaar Ministerie was van mening dat het product wel als afvalstof moest worden aangemerkt.
De rechtbank concludeerde dat het onderzoek niet volledig was vanwege onduidelijkheid over de interpretatie van het begrip 'afvalstof' in de oude en nieuwe EVOA-verordeningen. Daarom werd het onderzoek geschorst en werd besloten prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU voor te leggen om helderheid te verkrijgen over de kwalificatie van de vermengde diesel als afvalstof en de gevolgen daarvan voor de kennisgevingsplicht.
Uitkomst: Onderzoek geschorst en prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU voorgelegd over de kwalificatie van vermengde diesel als afvalstof.