ECLI:NL:RBROT:2012:BW5680
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van den Berg
- Geerars
- Van Nijen
- Rechtspraak.nl
Verzoek prejudiciële beslissing over uitleg begrip doorvoer in afvaltransportverordening
De rechtbank Rotterdam behandelt een zaak tegen een verdachte rechtspersoon die wordt verdacht van het overbrengen van gebruikte ongesorteerde kleding als afvalstoffen van Frankrijk naar de Verenigde Arabische Emiraten via Rotterdam zonder de vereiste kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten. De kern van het geschil betreft de uitleg van het begrip 'doorvoer' zoals bedoeld in de oude en nieuwe Europese verordeningen inzake afvaltransport (EVOA).
De verdediging stelt dat er geen sprake was van doorvoer omdat de container slechts in de Rotterdamse haven aanmeerde zonder inklaring of overslag, en verwijst naar de Nederlandse interpretatie die aanmeren zonder overslag niet als doorvoer beschouwt. Het Openbaar Ministerie betoogt dat de definitie van doorvoer ruimer moet worden uitgelegd, conform het arrest Omni Metal Service, en dat kennisgeving aan de Nederlandse autoriteiten als doorvoerland verplicht was.
De rechtbank concludeert dat het onderzoek niet volledig is en dat prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie noodzakelijk zijn om duidelijkheid te verkrijgen over de uitleg van het begrip doorvoer, met name of aanmeren zonder overslag en inklaring als doorvoer geldt. Het onderzoek wordt geschorst en aangehouden totdat het Hof uitspraak doet. Tevens wordt een aanvullend proces-verbaal gevraagd om feiten over het al dan niet verlaten van het schip en inklaring van de goederen te verduidelijken.
Uitkomst: Het onderzoek wordt geschorst en aangehouden voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van het begrip doorvoer.