ECLI:NL:RBROT:2012:BW4623
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en misbruik economische machtspositie in markt voor melkrobots en verzorgingsmiddelen
De zaak betreft een civiele procedure tussen AGIB B.V. en de Lely-groep, bestaande uit Lely West N.V., Lely Industries N.V. en Lely Consumables B.V., over onrechtmatige daad en misbruik van economische machtspositie.
AGIB vordert onder meer een verbod op misleidende mededelingen door Lely West en Lely Consumables over uierverzorgingsmiddelen, rectificatie, en een verklaring dat Lely Industries misbruik maakt van haar machtspositie door het monteren van aanzuiglansen die alleen 60-liter verpakkingen toelaten, waardoor concurrenten zoals AGIB worden benadeeld. Lely betwist deze stellingen en voert onder meer aan dat er geen machtspositie is en dat de update objectief gerechtvaardigd is.
De rechtbank stelt vast dat de misleidende mededelingen deels onrechtmatig zijn en een rectificatie vereisen. De relevante markt wordt voorlopig gedefinieerd als de hoofdmarkt voor melkrobots en de aanpalende vervolgmarkt voor verzorgingsmiddelen, met de geografische markt waarschijnlijk de Europese Unie. De marktmacht van Lely wordt nog nader onderzocht.
De rechtbank acht de update van de melkrobots plausibel als veiligheidsmaatregel, maar twijfelt aan de noodzaak van de gekozen oplossing die concurrenten benadeelt. Partijen worden uitgenodigd tot nadere bewijslevering en comparitie om marktdefinities, machtspositie, objectieve rechtvaardiging en schade nader te bespreken.
Uitkomst: De rechtbank wijst partijen aan voor een comparitie om nadere bewijslevering en discussie over marktdefinitie, machtspositie en objectieve rechtvaardiging mogelijk te maken.