ECLI:NL:RBROT:2012:BW3094
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke afwijzing verzoek mini-instructie rechter-commissaris in verkeersongeval met slachtofferschap
In deze strafzaak over een verkeersongeval waarbij een vijfjarig slachtoffer om het leven kwam, heeft de raadsman van de verdachte een verzoek ingediend voor een mini-instructie bij de rechter-commissaris. Het verzoek betrof onder meer het horen van de grootmoeder van het slachtoffer, die het ongeval heeft gezien.
De rechter-commissaris heeft besloten de getuigen [getuige 1] tot en met [getuige 5] toe te wijzen, maar het verzoek om de grootmoeder te horen afgewezen. Dit vanwege het kaderbesluit 2001/220/JBZ van de EU, dat bepaalt dat slachtoffers slechts indien noodzakelijk ten behoeve van de strafprocedure worden gehoord, en de belangen van de verdachte zwaarwegend moeten zijn om dit te rechtvaardigen.
Het verzoek van de raadsman was gericht op het toetsen van de stelling dat het voetgangersverkeerslicht op rood stond ten tijde van het ongeval. De rechter-commissaris achtte dit prematuur omdat nog onderzoek loopt naar de werking van het verkeerslicht en de mogelijke aanwezigheid van andere voetgangers. De raadsman kan het verzoek later herhalen indien nieuwe feiten dit rechtvaardigen.
De beslissing weerspiegelt een zorgvuldige afweging tussen de rechten van het slachtoffer, de verdachte en de noodzaak van het horen van getuigen in een vroeg stadium van het onderzoek.
Uitkomst: Het verzoek om de grootmoeder van het slachtoffer te horen wordt afgewezen wegens het prematuur karakter en bescherming slachtofferrechten.