ECLI:NL:RBROT:2012:BW3091
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot horen minderjarig slachtoffer en getuigen in strafzaak ter bescherming van ontwikkeling kind
De rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam ontving een verzoek van de verdachte om het minderjarige slachtoffer en meerdere getuigen te horen in een strafzaak. Het slachtoffer was destijds 14 jaar en het verzoek betrof onder meer een mini-instructie zoals bedoeld in artikel 36a Sv.
De rechter-commissaris oordeelde dat hij gebonden is aan het kaderbesluit 2001/220/JBZ van de EU inzake de status van slachtoffers in strafprocedures, zoals bevestigd in het Pupino-arrest. Dit kaderbesluit vereist dat slachtoffers, zeker kwetsbare minderjarigen, alleen worden gehoord voor zover noodzakelijk en met bescherming tegen mogelijke schade.
Gezien artikel 245 Sr Pro dat de seksuele ontwikkeling van kinderen onder 16 jaar beschermt, achtte de rechter-commissaris het getuigen schadelijk voor het slachtoffer. De verdachte had vrijwel alle feiten bekend, behalve twee betwiste handelingen die niet door het verzoek werden verduidelijkt. De belangen van de verdediging waren onvoldoende zwaarwegend om het slachtoffer en de getuigen te horen, mede omdat dit de belangen van het slachtoffer onevenredig zou schaden.
Het verzoek om het slachtoffer en zeven getuigen te horen werd daarom afgewezen. De rechter-commissaris benadrukte dat het dossier voldoende aanknopingspunten bevat voor de rechtbank om de zaak te beoordelen zonder nadere getuigenverhoren.
Uitkomst: Het verzoek om het minderjarige slachtoffer en getuigen te horen wordt afgewezen ter bescherming van het kind en vanwege onvoldoende zwaarwegend belang van de verdediging.