ECLI:NL:RBROT:2012:BW0533
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzet en bewijslevering handtekening kredietovereenkomst betwist
In deze civiele zaak vordert de gedaagde in verzet te worden ontheven van een verstekvonnis uit 1998 waarbij hij werd veroordeeld tot betaling van een geldlening aan Finata Bank. De rechtbank oordeelt dat de verzettermijn niet is verstreken omdat het verstekvonnis niet persoonlijk is betekend en er geen ondubbelzinnige daad van bekendheid met het vonnis is gesteld.
De kern van het geschil betreft de geldigheid van een kredietovereenkomst uit 1996, waarvan de handtekening van de gedaagde wordt betwist. De rechtbank stelt dat de bewijslast voor de echtheid van de handtekening bij Finata Bank ligt en dat de betwisting voldoende stellig is om het stuk niet als bewijs te aanvaarden zonder nader bewijs.
Finata Bank krijgt de mogelijkheid om bewijs te leveren door getuigen of deskundigenonderzoek, waarbij het voorschot voor een handtekeningdeskundige voor haar rekening komt. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden en verwezen naar de parkeerrol, mede vanwege de mogelijke WSNP-aanvraag van de gedaagde.
De rechtbank verklaart het verzet ontvankelijk en wijst verdere beslissingen aan tot na bewijslevering.
Uitkomst: Verzet ontvankelijk verklaard en bewijslevering toegelaten over de echtheid van de handtekening onder de kredietovereenkomst.