ECLI:NL:RBROT:2012:BV9549
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Kaaij
- Volker
- Van Barneveld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en taakstraf wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijk te heet badwater bij hulpbehoevende vrouw
Op 2 juni 2009 heeft verdachte, werkzaam als activiteitenbegeleider in een zorgcentrum, een verstandelijk en lichamelijk beperkte vrouw in bad gedaan waarbij zij brandwonden opliep door te heet water. De rechtbank oordeelde dat niet bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk of met voorwaardelijk opzet handelde door het slachtoffer in te heet water te laten plaatsnemen.
Wel is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer in een hulpeloze toestand heeft gelaten door na het incident geen adequate medische hulp in te schakelen en de werkelijke aard van de brandwonden te verzwijgen. Hierdoor kreeg het slachtoffer niet tijdig de noodzakelijke medische zorg.
De rechtbank legde een taakstraf van 35 uur op, waarbij rekening werd gehouden met het ontbreken van eerdere veroordelingen en de tijd sinds het incident. De verdachte werd vrijgesproken van de zwaardere tenlasteleggingen omtrent opzet en mishandeling. De inbeslaggenomen kraan werd gelast terug te geven aan het zorgcentrum.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van opzet maar veroordeeld tot een taakstraf van 35 uur wegens het onthouden van adequate medische zorg aan het slachtoffer.