ECLI:NL:RBROT:2012:BV7739
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugkeer minderjarige na internationale kinderontvoering naar Dominicaanse Republiek
De ouders van de minderjarige, die gezamenlijk gezag hebben, maakten in juli 2011 in de Dominicaanse Republiek een rechtsgeldige overeenkomst waarin de dagelijkse zorg en toezicht aan de moeder werd toegekend en een alimentatiebedrag werd vastgesteld. De vader nam de minderjarige zonder toestemming van de moeder op 10 augustus 2011 mee naar Nederland.
De rechtbank oordeelt dat de gewone verblijfplaats van het kind met de overeenkomst is gewijzigd naar de Dominicaanse Republiek en dat de overbrenging naar Nederland ongeoorloofd was. De vader voerde verweren aan op basis van berusting van de moeder en risico’s voor het kind bij terugkeer, maar deze werden verworpen. De moeder had direct na de overbrenging een verzoek tot teruggeleiding ingediend en er is geen bewijs van lichamelijk of geestelijk gevaar voor het kind bij terugkeer.
De minderjarige is gehoord en sprak geen voorkeur uit voor verblijf in Nederland of de Dominicaanse Republiek. De rechtbank concludeert dat de terugkeer van het kind naar de Dominicaanse Republiek moet worden bevolen, uiterlijk 9 april 2012, en dat bij weigering de moeder het kind met geldige reisdocumenten zal ontvangen om de terugkeer te effectueren.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar de Dominicaanse Republiek uiterlijk 9 april 2012.