ECLI:NL:RBROT:2012:BV7637
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Executiemaatregelen en geschil over aflossing geldlening en verdeling registergoed tussen broers
Partijen zijn broers die de nalatenschap van hun overleden vader gezamenlijk erven. In een akte van verdeling is een schuld wegens overbedeling omgezet in een geldlening met een looptijd van twee jaar en een rente van 3% per jaar. De geldlening is gedekt door een recht van hypotheek op het onverdeelde aandeel van het registergoed.
De eiser vordert onder meer opheffing van executoriale beslagen die de gedaagde heeft gelegd op zijn goederen, schorsing van de executie, en een veroordeling tot verkoop of aankoop van het registergoed. De gedaagde heeft executiemaatregelen getroffen op basis van de hypotheekakte wegens niet-nakoming van de geldlening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de executiemaatregelen rechtmatig zijn en dat geen sprake is van misbruik van executiebevoegdheid door de gedaagde. De vordering tot opheffing van de beslagen wordt afgewezen, maar de beslaglegging wordt beperkt tot het bedrag van €600.027,16 inclusief rente. De overige vorderingen, waaronder tot verdeling van het registergoed en inzage in betalingsbewijzen, worden afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang of gebrek aan belang.
De proceskosten worden gecompenseerd gezien de familierechtelijke verhouding, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. De uitspraak is gedaan in kort geding en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Executiemaatregelen op basis van hypotheekakte zijn rechtmatig; beslagen blijven gehandhaafd tot €600.027,16 en overige vorderingen worden afgewezen.