ECLI:NL:RBROT:2012:BV3622
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake internationale vordering en derdenbeslag onder Ethiopische gedaagde
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van €101.747,47 van gedaagde, gevestigd in Ethiopië, op grond van een consultancy-overeenkomst. Ter verzekering van de vordering legde eiseres conservatoir vreemdelingenbeslag onder twee Nederlandse besloten vennootschappen die goederen van gedaagde onder zich houden.
Gedaagde stelde dat de rechtbank niet bevoegd was vanwege internationale aspecten en het ontbreken van toepasselijke verdragen of EU-verordeningen. Eiseres stelde dat de rechtbank bevoegd was op grond van artikel 767 Rv Pro, dat bij gebreke van andere bevoegdheidsgronden en bij verleend verlof tot beslag onder derden, de rechtbank bevoegd verklaart indien de beslagen goederen uitdrukkelijk in het verzoekschrift zijn omschreven.
De rechtbank oordeelde dat de EEX-Verordening en EVEX-verdragen niet van toepassing zijn omdat gedaagde in Ethiopië is gevestigd, een land buiten het toepassingsgebied. Er is geen exclusieve forumkeuze of toepasselijk executieverdrag met Ethiopië. De omschrijving van de goederen waarop beslag is gelegd is voldoende uitdrukkelijk. Daarom is aan alle voorwaarden van artikel 767 Rv Pro voldaan en verklaart de rechtbank zich bevoegd. Het beroep op onbevoegdheid wordt afgewezen en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: Rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het beroep op onbevoegdheid af.