ECLI:NL:RBROT:2012:BV1859
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator tegen gemeente wegens ontbreken gezamenlijke schuldeisersbelang bij financieringsstop poppodium Watt
De curator van het failliete poppodium Watt vorderde van de gemeente Rotterdam betaling wegens onrechtmatige daad en wanprestatie, stellende dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld door in 2010 de financiering van Watt te staken en de continuïteit contractueel te hebben gegarandeerd.
De rechtbank oordeelde dat de curator slechts bevoegd is namens de gezamenlijke schuldeisers op te treden en dat daarvoor homogeniteit in de belangen van de schuldeisers vereist is. Gezien de aanwezigheid van grote schuldeisers die nauw betrokken waren bij de onderhandelingen en op de hoogte waren van de risico’s, was er geen sprake van benadeling van de gezamenlijke schuldeisers.
Verder concludeerde de rechtbank dat de garantie van de gemeente in het onderhandelaarsakkoord niet onbeperkt was in tijd en omvang, maar beperkt tot de overgangsfase. De gemeente had haar verplichtingen nagekomen en geen wanprestatie gepleegd.
De rechtbank wees de vorderingen van de curator af en veroordeelde hem in de proceskosten. Het oordeel betrof alleen de bevoegdheid van de curator namens alle schuldeisers en liet open of individuele schuldeisers mogelijk wel een vordering tegen de gemeente kunnen hebben.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af wegens ontbreken van benadeling van de gezamenlijke schuldeisers en geen contractuele wanprestatie door de gemeente.