ECLI:NL:RBROT:2011:BW3711
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Nouwt
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens niet-nakoming inspanningsverplichting verhuurder
In deze zaak staat centraal of gedaagde, verhuurder, een inspannings- of resultaatsverplichting had uit hoofde van artikel 8.3 van de huurovereenkomst en of zij daaraan heeft voldaan. De rechtbank oordeelt dat artikel 8.3 een inspanningsverbintenis inhoudt, waarbij gedaagde voldoende gegevens had om passende bedrijfsruimte te zoeken en aan te bieden, maar dit niet heeft gedaan.
De bedrijfsruimte betrof loodsruimten met specifieke kenmerken, die gedaagde kende of kende te moeten kennen. Ondanks onderhandelingen heeft gedaagde geen passend aanbod gedaan en het enige aanbod dat voldeed werd weer ingetrokken. Hierdoor is de ontbinding van de huurovereenkomst aan eiseres toegewezen.
In reconventie staat de vraag centraal of de reparatiekosten van docklevelers voor rekening van gedaagde komen, omdat sprake is van een gebrek aan het gehuurde, dan wel dat de schade aan eiseres valt toe te rekenen wegens ondeskundig gebruik. De rechtbank oordeelt dat de schade deels voor rekening van gedaagde komt en deels voor eiseres, en stelt het te verrekenen bedrag naar redelijkheid en billijkheid vast op de helft van het schadebedrag.
De kosten van het deskundigenonderzoek blijven voor rekening van gedaagde, omdat zij niet aan haar verplichting heeft voldaan om eiseres bij de schadevaststelling te betrekken. De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd.
De rechtbank veroordeelt eiseres tot betaling van € 32.500 aan huurpenningen aan gedaagde, met wettelijke rente vanaf 4 november 2010, en bepaalt dat eiseres de bedrijfsruimte binnen zes maanden dient te ontruimen, met een gebruiksvergoeding voor de periode daarna.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en eiseres moet binnen zes maanden ontruimen, met een gedeeltelijke toewijzing van huurpenningen in reconventie.