ECLI:NL:RBROT:2011:BW0323
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing brandverzekering na brandstichting door verzekerde met geestelijke stoornis
De zaak betreft een geschil tussen verzekerde en Allianz Nederland Schadeverzekering N.V. over de uitkering van een brandverzekering na een brand die verzekerde zelf heeft gesticht in haar woning op 9 september 2006. De verzekeraar stelde zich op het standpunt dat verzekerde verwijtbaar handelde en beroept zich op uitsluiting in de polisvoorwaarden.
De rechtbank liet een deskundigenrapport opstellen dat concludeerde dat verzekerde ten tijde van de brand leed aan een dissociatieve stoornis en een borderline persoonlijkheidsstoornis, waardoor zij ontoerekeningsvatbaar was. De brandstichting vond plaats in een toestand van dissociatie, versterkt door medicatie en alcohol, zonder dat zij zich bewust was van haar handelen. De deskundige achtte het niet verwijtbaar dat zij medicatie en alcohol gebruikte en benadrukte dat het handelen volledig door haar psychische stoornis werd bepaald.
De verzekeraar voerde verweer tegen de deskundigenconclusies, onder meer over de betrouwbaarheid van de mededelingen van verzekerde en de rol van alcohol, maar de rechtbank volgde dit niet. Ook het verweer dat verzekerde bij het aangaan van de verzekering relevante medische en strafrechtelijke informatie had moeten melden, werd onvoldoende onderbouwd geacht.
De rechtbank veroordeelde Allianz tot uitkering van de brandverzekering en tot betaling van de proceskosten. De vordering van verzekerde werd toegewezen omdat de verzekeraar geen beroep kon doen op polisuitsluiting wegens ontoerekeningsvatbaarheid van verzekerde ten tijde van de brand.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van verzekerde toe en veroordeelt Allianz tot uitkering van de brandverzekering wegens ontoerekeningsvatbaarheid van verzekerde ten tijde van de brand.