ECLI:NL:RBROT:2011:BV1143
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding depositogarantiestelsel voor professionele belegger Onderlinge Verzekeringsmaatschappij
De Onderlinge Verzekeringsmaatschappij opende begin 2008 een zakelijke spaardepositorekening bij DSB en deed een eenmalige storting van €30.000. Na het faillissement van DSB vroeg zij bij De Nederlandsche Bank (DNB) een vergoeding aan uit hoofde van het depositogarantiestelsel. DNB wees dit verzoek af omdat de Onderlinge Verzekeringsmaatschappij als professionele belegger wordt aangemerkt en daardoor uitgesloten is van het stelsel.
De rechtbank Rotterdam overwoog dat de Europese Richtlijn 94/19/EG en de Nederlandse implementatie via het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen (Bbpm) en de Wet op het financieel toezicht (Wft) duidelijk professionele beleggers, waaronder verzekeraars, uitsluiten van het depositogarantiestelsel. De Onderlinge Verzekeringsmaatschappij kwalificeert als een schadeverzekeraar en daarmee als professionele belegger, ongeacht haar organisatievorm of het feit dat zij met vrijwilligers werkt.
De rechtbank verwierp het verweer dat de Wft niet op haar van toepassing zou zijn vanwege vrijstellingen voor onderlinge waarborgmaatschappijen van beperkte omvang. Deze vrijstellingen betreffen slechts bepaalde regels binnen de Wft en laten onverlet dat de definitie van professionele belegger op haar van toepassing blijft. Ook het tijdstip van afgifte van een verklaring door DNB veranderde hieraan niets.
Gelet op deze juridische kaders concludeerde de rechtbank dat DNB terecht de vergoeding uit het depositogarantiestelsel heeft geweigerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de Onderlinge Verzekeringsmaatschappij wordt ongegrond verklaard en de vergoeding uit het depositogarantiestelsel wordt geweigerd.