ECLI:NL:RBROT:2011:BV0437
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen loonbeslag door hypotheekhouder in plaats van uitwinning onroerende zaak afgewezen
In deze kortgedingprocedure heeft een gerechtsdeurwaarder bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop ING Bank N.V. en Nationale-Nederlanden Levensverzekering Maatschappij N.V. executoriaal derdenbeslag op loon leggen in plaats van over te gaan tot uitwinning van de onroerende zaken waarop zij hypotheekrechten hebben. De gerechtsdeurwaarder stelde dat deze handelwijze de belangen van de geëxecuteerden en andere schuldeisers schaadt en mogelijk in strijd is met artikel 521 Rv Pro. en het redelijkheid- en billijkheidsbeginsel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen wettelijke bepaling is die deze executiewijze verbiedt en dat artikel 435 lid 1 Rv Pro. de executanten bevoegd maakt beslag te leggen op alle voor beslag vatbare goederen. Ook werd geoordeeld dat het wettelijke systeem van artikel 3:277 BW Pro bepaalt hoe gelden worden verdeeld, en dat dit niet leidt tot ontoelaatbare schade voor andere schuldeisers. Concrete bezwaren van de geëxecuteerden tegen deze handelwijze waren niet gebleken.
De vraag over de invorderingskosten die banken mogelijk verhalen werd buiten beschouwing gelaten omdat deze niet in het proces-verbaal waren opgenomen en partijen zich hier niet op konden voorbereiden. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar ongegrond, verleende verstek tegen de niet-verschenen geëxecuteerden en bepaalde dat partijen hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De bezwaren tegen loonbeslag door hypotheekhouders worden ongegrond verklaard en de executiewijze is toegestaan.