ECLI:NL:RBROT:2011:BU9663
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis afgewezen wegens niet-schending opdracht en hoor en wederhoor
In deze zaak vorderden eisers de vernietiging van een arbitraal vonnis dat hen niet-ontvankelijk verklaarde in hun vorderingen tegen gedaagde 1, vanwege een geschil over de inbrengplicht uit een schikkingsovereenkomst uit 1998.
Eisers stelden dat arbiters zich niet aan hun opdracht hadden gehouden en dat het arbitraal vonnis in strijd was met de openbare orde en het fundamentele recht van hoor en wederhoor, onder meer omdat arbiters niet kenbaar hadden beslist over een verzoek tot proceskostenveroordeling gerelateerd aan een 'ne bis in idem'-verweer.
De rechtbank overwoog dat arbiters een oordeel hadden gegeven over de inbrengverplichting en dat het niet eens zijn met de motivering geen grond is voor vernietiging. Ook was er geen sprake van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing, omdat partijen voldoende waren gehoord en rekening hadden kunnen houden met het oordeel van arbiters.
De rechtbank benadrukte de terughoudendheid die de burgerlijke rechter moet betrachten bij vernietiging van arbitrale vonnissen en concludeerde dat geen van de door eisers aangevoerde vernietigingsgronden slaagde.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot vernietiging af en veroordeelde zij eisers in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot vernietiging van het arbitraal vonnis af en veroordeelt eisers in de proceskosten.