ECLI:NL:RBROT:2011:BU6660
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vermeend disfunctioneren werknemer
De werkgever heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van disfunctioneren. De werknemer is sinds 2007 in dienst en vervult de functie van aankomend verkoopmedewerker. Werkgever stelt dat werknemer ernstig onvoldoende functioneert, met name dat hij niet het vereiste niveau heeft bereikt om zelfstandig magazijnbeheerder te worden en onvoldoende Nederlands beheerst.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer feitelijk de functie van aankomend verkoopmedewerker vervult en niet die van magazijnbeheerder, en dat uit de arbeidsovereenkomst en stukken niet blijkt dat er een afspraak is dat werknemer op termijn magazijnbeheerder zou worden. Ook blijkt uit functioneringsgesprekken en het omzetten van het dienstverband naar onbepaalde tijd dat er geen sprake is van disfunctioneren.
Daarnaast heeft werkgever onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de werknemer heeft begeleid of een verbetertraject is ingezet, wat bij disfunctioneren wel op haar weg had gelegen. De kantonrechter oordeelt dat er geen onhoudbare situatie is die ontbinding rechtvaardigt en wijst het verzoek af. Werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van disfunctioneren.