ECLI:NL:RBROT:2011:BU6118
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing kinderbijslag wegens onjuiste woonplaatsbeoordeling
Eiseres, met de Nederlandse nationaliteit, had kinderbijslag aangevraagd voor haar minderjarige kinderen met ingang van het tweede kwartaal van 2010. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres op 1 april 2010 niet als ingezetene in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) werd beschouwd. De rechtbank toetste dit aan de hand van de arresten van de Hoge Raad over het woonplaatsbegrip, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het fiscale woonplaatsbegrip en een duurzame persoonlijke band met Nederland vereist is.
De rechtbank nam alle relevante omstandigheden in ogenschouw, waaronder het langdurige eerdere verblijf van eiseres in Nederland, haar Nederlandse nationaliteit, de persoonlijke banden van haar en haar kinderen met Nederland, en het feit dat zij sinds februari 2010 weer in Nederland woonde bij haar zoon. Verweerder had betoogd dat het ontbreken van een zelfstandige woning een duurzame woonplaats ontbrak, maar de rechtbank vond dit onvoldoende omdat eiseres niet elders over een duurzame woning beschikte.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte had geoordeeld dat eiseres geen ingezetene was en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werd verweerder opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen, met inachtneming van deze uitspraak en nader onderzoek naar het inkomen van de kinderen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van kinderbijslag wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen.