ECLI:NL:RBROT:2011:BU6030
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige schorsing concurrentiebeding wegens onbillijke benadeling werknemer
In deze zaak staat de uitleg en toepassing van een concurrentiebeding centraal dat een werknemer verbiedt binnen 45 km van zijn voormalige werkgever bij een concurrent in dienst te treden. De werknemer heeft een aanbod gekregen van een concurrerend bedrijf dat hemelsbreed 38,08 km verwijderd is van de oude werkgever. De werknemer wil dit aanbod accepteren, maar de werkgever weigert toestemming en beroept zich op het concurrentiebeding.
De kantonrechter oordeelt dat de afstandsmaatstaf in het beding hemelsbreed moet worden geïnterpreteerd, niet over de weg zoals de werknemer stelde. Hierdoor valt het nieuwe dienstverband binnen de 45 km straal en lijkt het beding van toepassing. Echter, de werkgever heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een zwaarwegend belang heeft bij volledige handhaving van het concurrentiebeding, mede omdat het relatie- en geheimhoudingsbeding onverminderd van kracht blijven.
Gezien het belang van de werknemer, die zonder inkomen komt te zitten en geen recht heeft op een WW-uitkering, wordt het concurrentiebeding bij wijze van voorlopige voorziening gedeeltelijk geschorst. De geografische beperking wordt teruggebracht tot 35 km, waardoor de werknemer bij de nieuwe werkgever kan starten. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt gedeeltelijk geschorst en de geografische beperking teruggebracht tot 35 km, waardoor de werknemer bij de nieuwe werkgever kan starten.