ECLI:NL:RBROT:2011:BU5002
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verrekening en opeisbaarheid van vorderingen bij cessie in handelsgeschil tussen Joystar en Expo-Börse
In deze civiele procedure staat centraal of Expo-Börse (EB) nog een betaling verschuldigd is aan Joystar voor tennisrackets en ballen die in april 2008 zijn geleverd. EB stelt dat zij reeds heeft betaald door verrekening van haar vordering op Joystar, verkregen via cessies van vorderingen van een derde partij, [bedrijf 1]. De rechtbank heeft in een tussenvonnis reeds geoordeeld dat de eerste vordering opeisbaar was en dat EB als eerste een beroep op verrekening heeft gedaan, maar dat de tweede verrekening naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Joystar betwist de opeisbaarheid van de eerste vordering op basis van een andere interpretatie van Duitse betalingsvoorwaarden, maar de rechtbank wijst dit af na nadere uitleg van de gebruikte termen in de Duitse correspondentie. Tevens is discussie over het bestaan van vorderingen van Joystar op [bedrijf 1], mede vanwege het faillissement van laatstgenoemde, hetgeen relevant is voor de verrekening. Bewijsvoering over de rechtsverhouding tussen Joystar en [bedrijf 1] is complex en vereist mogelijk het horen van getuigen.
De rechtbank wijst ook het verzoek van Joystar af om terug te komen op eerdere beslissingen over buitengerechtelijke kosten wegens gebrek aan onderbouwing. Verder is er discussie over de juiste faillissementsdatum van [bedrijf 1], wat gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de redelijkheid van de tweede verrekening. De rechtbank geeft partijen gelegenheid om zich hierover uit te laten en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst de zaak voor nadere conclusies over opeisbaarheid, faillissementsdatum en bewijsvoering.