ECLI:NL:RBROT:2011:BU5001
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bepaling hoogte smartengeld na incestueus seksueel misbruik door vader
Eiseres, dochter van gedaagde, vordert immateriële schadevergoeding wegens seksueel misbruik gepleegd door haar vader in de periode van maart tot december 2005. Gedaagde is reeds strafrechtelijk veroordeeld en heeft een deel van de schadevergoeding voldaan.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld en dat eiseres immateriële schade heeft geleden. De hoogte van het smartengeld wordt vastgesteld op €10.000, waarvan €2.500 reeds is toegekend in het strafvonnis, zodat nog €7.500 wordt toegewezen. Daarnaast wordt wettelijke rente toegekend over de periode van 10 december 2005 tot 1 november 2010.
Het verweer van gedaagde dat het bedrag te hoog is vanwege zijn beperkte draagkracht wordt verworpen. De rechtbank benadrukt de ernstige schending van de vertrouwensrelatie en de blijvende psychische schade bij eiseres.
De proceskosten worden toegewezen aan eiseres, begroot op €855,93. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €7.500 smartengeld met wettelijke rente en proceskosten aan eiseres.