ECLI:NL:RBROT:2011:BU4873
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verstekvonnis en afwijzing verzet inzake stuiting verjaring kredietovereenkomst
De zaak betreft een kredietovereenkomst gesloten op 31 mei 2002 tussen de gedaagde en AMEV Financieringen N.V., waarop de Wet op het Consumentenkrediet van toepassing is. Credivance N.V., als rechtsopvolger, vorderde betaling van een openstaand bedrag en contractuele rente. De gedaagde stelde dat de vordering was verjaard per 7 november 2007.
De rechtbank oordeelt dat verjaring van de vordering vijf jaar na opeisbaarheid intreedt, maar dat deze verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zijn recht op nakoming voorbehoudt. Credivance heeft meerdere brieven gestuurd, waarvan de brief van 28 september 2006 voldoende duidelijk was om de verjaring te stuiten.
De gedaagde betwistte ontvangst van de brieven, maar leverde geen voldoende onderbouwing. De rechtbank gaat daarom uit van ontvangst en oordeelt dat de verjaring tijdig is gestuit. Het verstekvonnis van 14 juli 2010 blijft daardoor in stand en het verzet wordt afgewezen. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure.
Uitkomst: Het verzet wordt afgewezen en het verstekvonnis van 14 juli 2010 wordt bekrachtigd.