ECLI:NL:RBROT:2011:BU4822
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Driel
- Rechtspraak.nl
Toewijzing echtscheiding en eenhoofdig gezag over minderjarige kinderen met toepassing Marokkaans huwelijksvermogensrecht
De vrouw heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek tot echtscheiding ingediend en verzocht om het eenhoofdig gezag over haar vier minderjarige kinderen toe te wijzen. Drie kinderen wonen bij haar in Nederland, één verblijft sinds 2005 bij de man in Marokko, die zonder bekende verblijfplaats is. De rechtbank acht zich bevoegd op grond van Brussel II bis en het Nederlandse Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De rechtbank wijst de echtscheiding toe vanwege duurzame ontwrichting van het huwelijk, die niet is bestreden. Het eenhoofdig gezag wordt aan de vrouw toegekend omdat gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk is door de langdurige conflicten en bedreigingen door de man. Het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats wordt afgewezen, omdat de vrouw als gezagsdrager deze zelfstandig kan bepalen.
Ten aanzien van het huwelijksvermogensregime is het Haags huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing. De rechtbank oordeelt dat Marokkaans recht geldt omdat partijen bij het huwelijk Marokkaanse nationaliteit hadden en niet aannemelijk is gemaakt dat zij later de Nederlandse nationaliteit verkregen. Marokkaans recht kent geen gemeenschap van goederen, waardoor het verzoek tot verdeling van de gemeenschap wordt afgewezen.
De man is niet verschenen ondanks oproeping. De vrouw heeft haar verzoeken onderbouwd met feiten over mishandeling, bedreigingen en het ontbreken van communicatie. De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding zelf.
Uitkomst: De echtscheiding wordt uitgesproken, de vrouw krijgt het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen en Marokkaans recht is van toepassing op het huwelijksvermogensregime.