ECLI:NL:RBROT:2011:BU3410
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werkgever tegen werknemer voor schade aan bedrijfsauto op grond van art. 7:661 BW
Werkgeefster stelde een auto ter beschikking aan werknemer op grond van een arbeidsovereenkomst en vorderde betaling van eigen risico voor vier schades aan de auto, gebaseerd op een gebruikersovereenkomst en autoreglement. Werknemer betwistte de schade en stelde dat de auto voornamelijk voor werk werd gebruikt en dat de schade binnen gebruikelijke gebruikersschade viel.
De kantonrechter maakte onderscheid tussen schade veroorzaakt tijdens uitvoering van werkzaamheden en schade buiten die context. Omdat de auto als bedrijfsauto werd aangemerkt en geen aanwijzingen waren dat de schade buiten werkgerelateerde activiteiten was ontstaan, werd aangenomen dat de schade tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst was ontstaan.
Volgens artikel 7:661 BW Pro is de werknemer in beginsel niet aansprakelijk voor schade tijdens uitvoering van de arbeidsovereenkomst, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Werkgeefster stelde niet dat werknemer verzekerd was tegen doorbelasting van eigen risico en bracht ook geen feiten aan die opzet of bewuste roekeloosheid aannemelijk maakten.
Daarom werd de vordering afgewezen en werd werkgeefster veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden vastgesteld omdat werknemer de procedure zelf voerde. De uitspraak bevestigt de beschermende werking van art. 7:661 BW Pro voor werknemers bij schade aan bedrijfsauto tijdens werk.
Uitkomst: De vordering van de werkgever tot betaling van eigen risico voor schade aan de bedrijfsauto wordt afgewezen wegens toepassing van artikel 7:661 BW zonder bewijs van opzet of bewuste roekeloosheid.