ECLI:NL:RBROT:2011:BU3353
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid
Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter in een civielrechtelijke procedure. Verzoekster werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen procespartij is volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Verzoeker stelde dat de kantonrechter disproportioneel veel tijd gaf aan de gemachtigde van eiseres, onvoldoende gelegenheid bood om nieuwe aantijgingen te weerleggen, en een vooringenomen houding aannam door ter zitting te suggereren dat de vordering van eiseres zou worden toegewezen.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen aanwijzingen zijn dat de kantonrechter subjectief niet onpartijdig was. Ook was de vrees van verzoeker voor partijdigheid objectief niet gerechtvaardigd. De kantonrechter handelde binnen haar taak door zich te richten op relevante feiten en het procesverloop. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen en verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek.