ECLI:NL:RBROT:2011:BU1565
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing geldvordering wegens onvoldoende aannemelijkheid capaciteitsoverschrijding energielevering
De maatschap exploiteert een plantenkwekerij en vordert van Stedin betaling van schadevergoeding wegens vermeende wanprestatie of onrechtmatige daad, omdat er capaciteitsoverschrijdingen waren op de energielevering die volgens haar veroorzaakt werden door een defect aan de datalogger.
Stedin voert verweer dat de overschrijdingen het gevolg zijn van een fout bij de afstelling van de klimaatcomputer door de maatschap zelf. De rechtbank beoordeelt de e-mailcorrespondentie en concludeert dat onvoldoende aannemelijk is dat een defect aan de datalogger de oorzaak is. De meetdata zijn niet betwist en de e-mails ondersteunen het verweer van Stedin.
De voorzieningenrechter oordeelt dat in kort geding geen harde vordering kan worden vastgesteld, mede omdat getuigenverhoren en deskundigenonderzoek ontbreken. Ook is geen sprake van schending van een zorgplicht door Stedin, aangezien de maatschap op de hoogte was van de overschrijdingen via maandelijkse nota's.
Daarnaast weegt mee dat het spoedeisend belang discutabel is, gezien de verstreken tijd sinds de eerste boete en het grote restitutierisico door de financiële situatie van de maatschap. De vordering wordt daarom afgewezen en de maatschap wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de maatschap wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het defect en gebrek aan spoedeisend belang.