ECLI:NL:RBROT:2011:BT8484
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding vordering wegens verjaring bij asbest-thuisbesmetting
De dochter van een overleden werknemer, die tussen 1950 en 1975 bij Wilton-Fijenoord werkte en later overleed aan een longziekte, vordert schadevergoeding wegens asbest-thuisbesmetting die leidde tot haar mesothelioom. Zij stelt dat haar vader tijdens zijn dienstverband aan asbest werd blootgesteld en dat de werkgever onvoldoende veiligheidsmaatregelen nam, waardoor zij via thuisbesmetting ziek werd.
Wilton-Fijenoord voert verjaring van de vordering aan en betwist aansprakelijkheid, verwijtbaarheid en de mate van blootstelling. De rechtbank beoordeelt het beroep op verjaring aan de hand van de zeven gezichtspunten uit het arrest Van Hese/De Schelde en concludeert dat het beroep op verjaring niet onaanvaardbaar is. De werkgever had in de relevante periode beperkte kennis over thuisbesmetting en heeft vanaf 1962 passende maatregelen genomen.
De rechtbank oordeelt dat de vordering verjaard is en dat onvoldoende is komen vast te staan dat Wilton-Fijenoord onrechtmatig heeft gehandeld jegens de dochter. De vordering wordt afgewezen en de eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering van eiseres wegens asbest-thuisbesmetting wordt afgewezen wegens verjaring.