ECLI:NL:RBROT:2011:BT7558
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling advies- en instemmingsplicht bij niet-verlenging tijdelijke aanstellingen gemeente Rotterdam
De Centrale Ondernemingsraad (COR) van de gemeente Rotterdam vordert in kort geding dat de gemeente zich onthoudt van uitvoering van het besluit van 31 mei 2011, waarbij tijdelijke aanstellingen, waaronder proeftijdaanstellingen, in beginsel niet worden verlengd. De COR stelt dat dit besluit advies- en instemmingsplichtig is op grond van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en dat zij ten onrechte is gepasseerd.
De rechtbank analyseert de aard van het besluit en de toepasselijkheid van advies- en instemmingsrechten. Het besluit betreft een beleidswijziging waarbij de proeftijdaanstelling niet langer automatisch wordt omgezet in een vaste aanstelling, mede ingegeven door bedrijfseconomische redenen en het O&F programma tot formatie- en kostenreductie. De rechtbank stelt vast dat het besluit geen wijziging van een regeling in de zin van artikel 27 WOR Pro betreft, maar een invulling van beleidsvrijheid van de gemeente.
Verder oordeelt de rechtbank dat het besluit niet leidt tot een belangrijke wijziging van de organisatie of een belangrijke inkrimping die adviesplichtig zou zijn volgens artikel 25 WOR Pro. De COR heeft bovendien de beroepstermijn van artikel 26 WOR Pro laten verstrijken. De voorzieningenrechter acht onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter de vorderingen van de COR zal toewijzen en wijst de gevraagde voorlopige voorzieningen af. De COR kan nog wel via de bedrijfscommissie of kantonrechter een oordeel vragen over het besluit.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorzieningen van de COR af en oordeelt dat het besluit geen advies- of instemmingsplichtige wijziging van het aanstellingsbeleid inhoudt.