ECLI:NL:RBROT:2011:BT6752
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in Wet Werk en Bijstand-procedure
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die eerder zijn verzet in een Wet Werk en Bijstand-procedure ongegrond had verklaard. Het verzoek betrof de vermeende schijn van partijdigheid doordat dezelfde rechter opnieuw over een gerelateerde zaak moest oordelen.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De rechter had in de eerdere procedure slechts getoetst of het griffierecht tijdig was betaald en in de huidige procedure beoordeelde hij of reeds op hetzelfde beroep was beslist.
De wrakingskamer concludeerde dat het wrakingsverzoek ongegrond is omdat de rechter geen eigen eerdere uitspraak hoefde te toetsen en er geen objectieve grond was voor het vermoeden van vooringenomenheid. Het verzoek is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.