ECLI:NL:RBROT:2011:BT2645
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H. Veling
- H. van Lokven-van der Meer
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens vriendschap met radioloog betrokken bij zaak
In deze civiele zaak tussen eiser en gedaagde over vermeende medische fouten bij de behandeling van enkelklachten, diende de rechter een verzoek tot verschoning in. De rechter voelde zich ongemakkelijk omdat hij bevriend is met een radioloog die in de processtukken genoemd wordt en die in dienst was van de gedaagde.
De rechtbank heeft het verzoek tot verschoning behandeld en vastgesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat de rechter subjectief niet onpartijdig was. Echter, de objectieve vrees voor schijn van partijdigheid is gerechtvaardigd door de vriendschap en het feit dat de rechter zelf het verzoek indiende.
De rechtbank concludeerde dat deze omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing vormen om het verzoek toe te wijzen. Hierdoor wordt de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter gewaarborgd en wordt de zaak overgedragen aan een andere rechter.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 6 september 2011.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de objectief gerechtvaardigde vrees voor schijn van partijdigheid.