ECLI:NL:RBROT:2011:BT2399
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatig handelen deurwaarder bij beslaglegging op twaalf onroerende zaken
Eisers, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen, werden geconfronteerd met dwangbevelen van de IBG voor een vordering van €3.019,30. De IBG schakelde de deurwaarder in, die op verzoek executoriaal beslag legde op twaalf onroerende zaken van eisers. Eisers betoogden dat de beslaglegging buitenproportioneel was, onzorgvuldig en onrechtmatig, en dat de deurwaarder niet onafhankelijk handelde.
De rechtbank stelde vast dat de deurwaarder handelde als lasthebber van de IBG en zelf geen bevoegdheid had tot beslaglegging. De zorgvuldigheid van de deurwaarder werd getoetst aan de standaard van een redelijk bekwaam vakgenoot. Eisers slaagden er niet in aan te tonen dat het beslag buitenproportioneel was, omdat zij onvoldoende feiten en omstandigheden hadden gesteld over de executiewaarde en hypotheken op de panden.
Verder oordeelde de rechtbank dat de deurwaarder niet onzorgvuldig handelde door het beslag niet op te heffen ondanks verzoeken daartoe, omdat de beslaglegger de IBG was en niet de deurwaarder. Ook was geen sprake van schending van belangen van een derde, aangezien de onroerende zaken vielen binnen de gemeenschap van goederen. De vordering van eisers werd afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden vastgesteld.
Uitkomst: De vordering van eisers tegen de deurwaarder wegens onrechtmatig handelen wordt afgewezen.