ECLI:NL:RBROT:2011:BT1760
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Trotman
- M. Mentink
- J. Den Hollander
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor feitelijke aanranding van een licht autistische minderjarige jongen met oplegging TBS-maatregel
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid van een 17-jarige licht autistische jongen die hem hielp bij hondentrainingen. De rechtbank sprak verdachte vrij van een ander ten laste gelegd feit wegens onvoldoende bewijs.
De verdediging voerde verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en de rechtmatigheid van het bewijs, met name vanwege schendingen van de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik. Deze verweren werden verworpen omdat de schendingen niet tot aantasting van het eerlijk proces leidden en het belangrijkste bewijs, de aangifte van 12 september 2009, betrouwbaar werd geacht.
De rechtbank stelde vast dat verdachte tijdens het plegen van het bewezenverklaarde feit leed aan een geestelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, zoals onderbouwd door rapporten van het Pieter Baan Centrum en bureau Recuper Expertise. Ondanks de weigering van verdachte om mee te werken aan het onderzoek, werd de TBS-maatregel met dwangverpleging opgelegd vanwege het ernstige delict, het recidiverende gedrag en het gevaar voor de samenleving.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf. De in beslag genomen auto werd teruggegeven omdat deze onvoldoende verband hield met het bewezen feit. De rechtbank motiveerde uitgebreid de straf en maatregel, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het delict, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de noodzaak tot bescherming van de maatschappij.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging voor feitelijke aanranding van een minderjarige jongen.