ECLI:NL:RBROT:2011:BT1542
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over eigendom en verkrijgende verjaring van percelen grond nabij de Waal
In deze civiele zaak staan twee procedures centraal waarin partijen aanspraak maken op verschillende gedeelten grond gelegen aan de Waal, kadastraal bekend onder diverse nummers. De kern van het geschil betreft de vraag wie eigenaar is van deze percelen, waarbij verkrijgende verjaring (art. 3:105 BW Pro) en een bruikleenovereenkomst een belangrijke rol spelen.
[eiser] stelt eigenaar te zijn geworden van de gearceerde gedeelten door verjaring, onderbouwd met bezitshandelingen zoals het plaatsen van hekken, onderhoud van gazons en beschoeiingen, en gebruik als voortuin. BUREAU BEHEER LANDBOUWGRONDEN (BBL) en andere gedaagden betwisten dit en voeren onder meer aan dat sommige stroken grond eigendom zijn van het Waterschap en dat onderhoud geen bezitshandeling is.
De rechtbank oordeelt dat [eiser] geen bezit heeft van het perceel 339 langs de Waal, mede omdat het gebruik openbaar was en onderhoud geen bezit oplevert. Voor het perceel 280 is het bewijs over een bruikleenovereenkomst tussen de vader van [gedaagde 2] en [eiser] onvoldoende, waardoor nader bewijs wordt bevolen. Voor perceel 339 stelt de rechtbank dat [gedaagde 2] wel bezitshandelingen heeft verricht die als bezit kunnen gelden, maar dat nader onderzoek naar de eigendomsgrenzen noodzakelijk is. De vordering van [eiser] tegen BBL wordt afgewezen, terwijl de subsidiaire vordering van [gedaagde 2] mogelijk toewijsbaar is. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en beveelt deskundigenonderzoek en getuigenverhoren.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af voor perceel 339, houdt verdere beslissingen aan en beveelt nader deskundigenonderzoek en bewijslevering over bruikleenovereenkomst.