ECLI:NL:RBROT:2011:BR6497
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor onrechtmatige daad bij vermogensverschuiving en onvoldaan gebleven vordering na faillissement
Eisers vorderen schadevergoeding wegens onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking door gedaagden, met name gedaagde 3, die betrokken zou zijn bij het onttrekken van activa aan het verhaal van eisers. De zaak draait om correcties op de waardering van goodwill en de administratieve verwerking daarvan, die leidden tot een vermindering van de vordering van eisers op een inmiddels gefailleerde rechtspersoon.
De rechtbank stelt vast dat de correcties die met terugwerkende kracht zijn doorgevoerd geen deugdelijke grondslag hadden en dat gedaagde 3 bewust heeft meegewerkt aan een substantiële vermogensverschuiving ten nadele van eiser 2. Dit heeft geleid tot insolvabiliteit van de vennootschap en het feit dat eiser 2 haar vordering niet kon verhalen.
De rechtbank wijst de vorderingen tegen andere gedaagden af wegens gebrek aan concrete stellingen en bewijs. Gedaagde 3 wordt veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding van €258.924,54, vermeerderd met wettelijke rente, en tot vergoeding van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde 3 wordt veroordeeld tot betaling van €258.924,54 schadevergoeding aan eiser 2, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.