ECLI:NL:RBROT:2011:BR6487
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg erfdienstbaarheid van weg en gebruiksrecht met auto over oprit
De zaak betreft een geschil over de uitleg van een erfdienstbaarheid van weg, gevestigd in 1985 onder het oude recht, waarbij eiser het recht claimt om met de auto over de oprit van gedaagden zijn perceel te bereiken. Gedaagden betwisten dat dit gebruik met de auto is bedoeld en stellen dat het recht slechts voetgangersgebruik omvat.
De rechtbank stelt vast dat onder het oude recht een erfdienstbaarheid van weg het recht omvat om met een wagen over het dienend erf te rijden. De passage 'op de bestaande wijze' in de akte wordt uitgelegd als het gebruik mogelijk maken op de minst bezwarende wijze voor de eigenaar van het dienend erf, omdat uit de feiten niet blijkt dat er in 1985 al een structureel autogebruik was.
Gedaagden hebben aangevoerd dat eiser een alternatief heeft om zijn perceel te bereiken via een uitrit waarvoor een vergunning is aangevraagd, maar eiser heeft belang bij het gebruik van de oprit vanwege toekomstige verkoopplannen en parkeermogelijkheden.
De rechtbank weegt het belang van eiser zwaarder dan het belang van gedaagden om parkeerruimte te behouden. Verder blijkt dat eiser zijn perceel ook met een kleine aanpassing aan de garage kan bereiken zonder dat de garage verplaatst hoeft te worden, wat aansluit bij het principe dat het gebruik op de minst bezwarende wijze moet plaatsvinden.
De rechtbank wijst de vordering toe in beginsel en geeft eiser de gelegenheid om nadere maatregelen te specificeren, waarna gedaagden kunnen reageren. De beslissing wordt aangehouden tot de volgende zitting.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser het recht heeft om met de auto over de oprit te rijden en wijst de vordering toe onder voorbehoud van nadere specificatie.