ECLI:NL:RBROT:2011:BR6216
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering woningcorporatie tot correctie stook- en servicekosten na Huurcommissie-uitspraak
De woningcorporatie ([eiseres]) vordert bij de rechtbank Rotterdam de vaststelling van de hoogte van stookkosten, servicekosten en administratiekosten, waarbij zij onder meer stelt dat zij reeds in rekening gebrachte kosten later moet kunnen corrigeren. Huurster ([gedaagde]) verzet zich hiertegen met het argument dat geen voorbehoud is gemaakt bij de oorspronkelijke afrekening, waardoor correctie achteraf niet is toegestaan.
De Huurcommissie had eerder uitspraak gedaan over de servicekosten voor de jaren 2007-2009, waarbij zij onder meer lagere stookkosten vaststelde dan door de woningcorporatie opgegeven. De woningcorporatie betwist deze vaststelling en wil correcties doorvoeren, onder verwijzing naar het beleid van de Huurcommissie omtrent administratiekosten.
De rechtbank oordeelt dat de woningcorporatie ontvankelijk is, maar wijst de vordering af. De rechtbank volgt de huurder in haar standpunt dat zonder een expliciet voorbehoud bij de afrekening geen correcties achteraf mogen worden doorgevoerd. Dit om de huurder zekerheid te bieden over de finale afrekening. De woningcorporatie wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank acht het beleid van de Huurcommissie inzake administratiekosten redelijk en wijst de interpretatie van de woningcorporatie af.
Uitkomst: De vordering van de woningcorporatie tot correctie van stook- en servicekosten wordt afgewezen omdat geen voorbehoud was gemaakt en de huurder op finale afrekening mocht vertrouwen.