ECLI:NL:RBROT:2011:BR4154
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding rotor generatoren wegens vervalbeding en uitsluiting geleidelijke schade
E.ON vordert vergoeding van schade aan de rotoren van twee generatoren (MV1 en MV2) onder een all risks-verzekering bij Allianz en Electrorisk. De schade betreft scheurvorming die volgens E.ON onvoorzien is en onder de dekking valt. Verzekeraars beroepen zich op het vervalbeding in de polis dat rechten op schade-uitkering na vijf jaar vervallen, en op uitsluiting van schade door geleidelijk werkende invloeden.
De rechtbank oordeelt dat het vervalbeding geldig is gebleven ondanks de invoering van het nieuwe verzekeringsrecht per 1 januari 2006, vanwege de overgangsregeling in artikel 79 Overgangswet Pro BW. De opeisbaarheid van de vordering wordt vastgesteld op het moment dat E.ON bekend was met de schade, namelijk juni 2002 voor MV2 en maart 2004 voor MV1. De vordering is pas in 2009 ingesteld, na het verstrijken van de vervaltermijn.
Ten aanzien van de dekking stelt de rechtbank dat de schade is veroorzaakt door een geleidelijk werkend vermoeiingsproces, wat onder de uitsluiting van artikel 2.2.8 van de polis valt. De scheurvorming is onderdeel van een continu proces van slijtage en niet een plotselinge gebeurtenis. Hierdoor is geen dekking onder de all risks-verzekering.
De rechtbank wijst de vorderingen van E.ON af en veroordeelt haar in de proceskosten. De door Verzekeraars gemaakte advocaatkosten worden forfaitair vastgesteld en de proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vorderingen van E.ON worden afgewezen wegens het vervalbeding en uitsluiting van schade door geleidelijk werkende invloeden.