ECLI:NL:RBROT:2011:BR3406
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Vrolijk
- C.A. Schreuder
- J.A.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking vergunningen voor verlegging leidingen Markthal Rotterdam wegens schending Awb
Eiseressen, rechtsopvolgers van N.V. Eneco en aanverwante ondernemingen, werden door de gemeente Rotterdam verplicht hun leidingen te verleggen in het kader van het project Markthal. De gemeente trok vergunningen in op grond van de Leidingenverordening Rotterdam 2005. Eiseressen voerden aan dat de verordening niet van toepassing was op hun leidingen en dat zij onredelijk en onzorgvuldig werden behandeld, mede vanwege het ontbreken van schadevergoeding voor de geraamde 3,5 miljoen euro kosten.
De rechtbank oordeelde dat de Leidingenverordening wel van toepassing is omdat de leidingen in de openbare ruimte liggen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van de Gasunie anders is door bestaande afspraken. De rechtbank stelde vast dat de gemeente onvoldoende onderzoek had gedaan naar de onevenredigheid van de schade en de verplichting tot nadeelcompensatie volgens artikel 3:4 Awb Pro niet juist had toegepast.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2, 3:4 en 7:12 van de Awb. Zelf in de zaak voorzien was niet mogelijk vanwege het ontbreken van voldoende feiten over de schade. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van vergunningen voor verlegging van leidingen wordt vernietigd wegens schending van artikelen 3:2, 3:4 en 7:12 Awb.