ECLI:NL:RBROT:2011:BQ9937
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kostenverhaal bestuursdwang en aansprakelijkheid eigenaren en gebruiker percelen
In deze zaak staat centraal of de Gemeente Rotterdam de kosten van bestuursdwang, uitgeoefend op 19 november 2003, kan verhalen op drie betrokken partijen: twee eigenaren van percelen en een gebruiker. De bestuursdwang betrof ontruiming van twee percelen met illegale bebouwing en dierenverblijven.
De rechtbank stelt vast dat alle drie als overtreders kunnen worden aangemerkt op grond van artikel 5:25 Awb Pro. De eigenaren zijn formeel aangeschreven en hadden de illegale situatie moeten beëindigen. De gebruiker was feitelijk verantwoordelijk voor het gebruik van de percelen. De Gemeente kan de kosten van bestuursdwang op hen verhalen, maar niet de kosten van bodemsanering en de afbraak van een schuur, omdat deze niet redelijkerwijs uit bestuursdwang voortvloeiden.
De kosten van de verwijdering van dieren kunnen niet op een eigenaar worden verhaald, omdat deze dieren niet haar eigendom waren. De rechtbank veroordeelt de drie partijen hoofdelijk tot betaling van de overige kosten, inclusief wettelijke rente vanaf de datum van bestuursdwang. Tevens wordt geoordeeld dat de afbraak van de schuur onrechtmatig was jegens de gerechtigden.
De Gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten, aangezien zij grotendeels in het ongelijk is gesteld. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de eigenaren en gebruiker hoofdelijk tot betaling van bestuursdwangkosten exclusief bodemsanering en afbraakkosten, met rente en proceskosten.