ECLI:NL:RBROT:2011:BQ9267
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- L.A.C. van Nifterick
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens gebrek aan aannemelijkheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die een civielrechtelijke procedure behandelde. Zij stelde dat de kantonrechter zich had misdragen door haar om seks te vragen, hetgeen zij had geweigerd en waarvan zij de rechtbank destijds had geïnformeerd. Verzoekster betoogde dat de kantonrechter daardoor niet onpartijdig kon zijn en zich had moeten verschonen.
De kantonrechter ontkende de beschuldigingen en gaf aan verzoekster nooit te hebben gesproken of gezien. Tijdens de zitting was verzoekster afwezig zonder geldige reden of verzoek tot uitstel. De rechtbank benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid.
Na beoordeling van het dossier en de schriftelijke stukken concludeerde de rechtbank dat de door verzoekster aangevoerde feiten niet aannemelijk waren gemaakt en geen grond boden voor wraking. Het verzoek werd daarom afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 24 juni 2011.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van aannemelijke feiten die partijdigheid aantonen.