ECLI:NL:RBROT:2011:BQ8150
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsvordering na brand met discussie over merkelijke schuld en verzwijging
De zaak betreft een vordering van drie vennootschappen gevestigd te Ulft tegen ASR Schadeverzekering N.V. tot betaling van schadevergoeding uit hoofde van verschillende verzekeringen na een brand in hun bedrijfspand op 13 januari 2004. De brand veroorzaakte aanzienlijke schade aan het pand, de inventaris, computers en leidde tot bedrijfsschade.
ASR weigert tot uitkering over te gaan en voert verweer op grond van verzwijging en merkelijke schuld, waarbij zij stelt dat de bestuurder van de vennootschappen, [persoon 1], mogelijk betrokken was bij brandstichting. Er is een strafrechtelijke procedure geweest waarin [persoon 1] is vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. ASR betoogt dat de civiele maatstaf voor merkelijke schuld lager is dan de strafrechtelijke en dat het strafdossier relevant bewijs kan bevatten.
De rechtbank overweegt dat ASR het bewijs voor verzwijging en merkelijke schuld moet leveren, maar dat het strafdossier van [persoon 1] belangrijke informatie kan bevatten. Daarom beveelt de rechtbank op grond van artikel 22 Rv Pro dat [eiseressen] het volledige strafdossier overlegt aan ASR. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat ASR hierop heeft gereageerd. Hiermee wordt de procedure voortgezet met het oog op een zorgvuldige beoordeling van de vordering en het verweer.
Uitkomst: De rechtbank beveelt overlegging van het strafdossier en houdt verdere beslissing aan.