ECLI:NL:RBROT:2011:BQ8138
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel na inwerkingtreding vierde tranche Awb
Montirius Real Estate B.V. tekende verzet aan tegen een dwangbevel dat op 31 augustus 2010 betekend was. De rechtbank oordeelt dat sinds de inwerkingtreding van de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op 1 juli 2009, het nieuwe recht van toepassing is op bestuurlijke sancties opgelegd na die datum.
Het dwangsombesluit dateert van 10 februari 2010 en de invorderingsbeschikking van 11 juni 2010. Volgens artikel 5:37 Awb Pro moet tegen een invorderingsbeschikking bezwaar en beroep worden ingesteld, niet tegen het dwangbevel zelf. Montirius had dus bezwaar en beroep moeten instellen tegen de invorderingsbeschikking. Het feit dat Montirius het dwangsombesluit en de invorderingsbeschikking niet heeft ontvangen doet hieraan niet af.
Omdat Montirius geen executiegeschil heeft ingesteld zoals bedoeld in artikel 438 Rv Pro, verklaart de rechtbank haar verzet niet-ontvankelijk op grond van artikel 70 Rv Pro. Montirius wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten, met een forfaitaire berekening van het nasalaris van de advocaat. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis.
Uitkomst: Montirius Real Estate B.V. wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet tegen het dwangbevel en veroordeeld in de proceskosten.