ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6213
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting betalingsverplichting en aansprakelijkheid bij aandelenovername en advisering
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of de betalingsverplichting uit artikel 11 van Pro de koopovereenkomst rust op de kopers in privé of op hun vennootschappen. Verkoper vorderde betaling van een inkomensaanvulling, terwijl kopers dit betwistten en zich beroepen op bedrog, dwaling en vernietiging van de overeenkomst. Tevens werd PWC aansprakelijk gesteld voor onjuiste advisering en onvolledige informatie.
De rechtbank stelde vast dat de tekst van artikel 11 duidelijk Pro de betalingsverplichting aan kopers in privé toekent, maar liet bewijs toe om te onderzoeken of partijen dit anders bedoelden. Het beroep op bedrog werd afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten. Vernietiging door de echtgenote wegens ontbrekende toestemming werd eveneens afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat PWC weliswaar adviseerde bij de overname, maar dat de aansprakelijkheid beperkt is tot het honorarium. PWC had moeten waarschuwen voor de persoonlijke aansprakelijkheid van kopers, maar de bewijsvoering hierover staat nog open. De onjuistheid van cijfers werd deels erkend, maar kopers moesten ook rekening houden met onzekerheden. De vorderingen tot schadevergoeding en vrijwaring worden aangehouden in afwachting van bewijslevering.
Uitkomst: Betalingsverplichting rust naar de tekst op kopers in privé, bewijslevering toegelaten over uitleg en advisering; vorderingen tot vernietiging afgewezen; verdere beoordeling aangehouden.