ECLI:NL:RBROT:2011:BQ5002
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep gemeente en bestuursorganen op grond van Crisis- en herstelwet
De rechtbank Rotterdam behandelde een beroep van de gemeente Den Haag en haar bestuursorganen tegen een besluit van 26 januari 2011 betreffende een wijziging van een vergunning voor het offshore windturbinepark Scheveningen Buiten.
De rechtbank stelde vast dat op deze zaak de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing is. Artikel 1.4 van de Chw sluit het instellen van beroep uit door niet tot de centrale overheid behorende rechtspersonen en bestuursorganen, indien het besluit niet op hen is gericht. Dit was hier het geval, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De eisers voerden aan dat deze beperking in strijd is met diverse Europese verdragsbepalingen, waaronder artikelen 6 en 13 EVRM, artikel 47 Handvest Pro EU, en het Verdrag van Aarhus. De rechtbank verwierp deze betogen en oordeelde dat de toegang tot de rechter niet wezenlijk wordt belemmerd, mede omdat civiele procedures nog openstaan.
Ook het beroep op het Europees Handvest inzake lokale autonomie faalde wegens het ontbreken van rechtstreekse werking en een voorbehoud door Nederland. De rechtbank hoefde daardoor niet te oordelen over de inhoudelijke vraag of het besluit in strijd is met artikel 1, eerste protocol, EVRM.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en de eisers werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente en haar bestuursorganen wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet.